Voor schoonmaak in zorginstellingen zoals tandartspraktijken, fysiotherapiepraktijken, huisartsenpraktijken en specialistische klinieken is een zorgvuldige werkwijze daarom onmisbaar. Maar welke hygiëneprotocollen gelden er en waar moet je rekening mee houden?
Richtlijnen en protocollen binnen zorginstellingen
De richtlijn Reiniging en desinfectie van ruimten van het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie (SRI) beschrijft uitgangspunten voor het reinigen en desinfecteren van ruimten, meubilair en voorwerpen in zorginstellingen. De richtlijn gaat onder meer in op de werkwijze, reinigingsfrequentie en controle van de kwaliteit.
Niet iedere zorglocatie wordt op dezelfde manier gebruikt. Een behandelkamer vraagt om andere aandacht dan een wachtruimte of sanitaire voorziening. Daarom moet de schoonmaak aansluiten op het infectiepreventiebeleid en de richtlijnen die voor de betreffende zorgorganisatie gelden.
Duidelijke afspraken vormen daarvoor de basis. Welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd? Hoe vaak is schoonmaak nodig? Welke materialen worden gebruikt en wie geeft wijzigingen in de instructies door? Door dit vooraf vast te leggen, weten medewerkers wat er van hen wordt verwacht en kan het werk op een consistente manier worden uitgevoerd.
Verschil tussen reinigen, desinfecteren en steriliseren
De begrippen reinigen, desinfecteren en steriliseren worden regelmatig door elkaar gebruikt. Toch betekenen ze iets anders.
Wat valt er onder reinigen in de zorg?
het verwijderen van zichtbaar vuil en onzichtbaar organisch en anorganisch materiaal. Daarmee wordt voorkomen dat micro-organismen zich kunnen handhaven, vermeerderen en verspreiden.
Wat valt er onder desinfecteren?
Het terugbrengen van het aantal micro-organismen tot een aanvaardbaar niveau.
Wat valt er onder steriliseren?
Het uitschakelen van micro-organismen, inclusief sporen, als onderdeel van specifieke processen voor medische hulpmiddelen en materialen.
SRI onderscheid dus reinigen en desinfecteren
De SRI-richtlijn maakt onderscheid tussen reinigen en desinfecteren en beschrijft wanneer desinfectie van oppervlakken aan de orde is. Desinfecteren is dus niet automatisch nodig na iedere schoonmaakbeurt. De keuze hangt af van de situatie en de geldende richtlijnen en protocollen.
Ook de keuze van schoonmaakmaterialen en de manier waarop deze worden gebruikt, zijn van belang. Een verkeerde werkwijze kan ertoe leiden dat verontreinigingen achterblijven of worden verspreid. Meer desinfectiemiddel gebruiken is daarom niet vanzelf beter. Het gaat om de juiste handeling, met het geschikte middel en volgens de voorgeschreven werkwijze.
Wat leg je per ruimte vast?
Een behandelruimte, sanitaire voorziening en gemeenschappelijke huiskamer hebben elk een ander gebruik. Bespreek daarom per ruimte wat wordt schoongemaakt, hoe vaak dat gebeurt en welke contactpunten extra aandacht vragen.
Denk aan deurklinken, lichtschakelaars, kranen en oppervlakken die veel worden aangeraakt. Ook afspraken over materialen, de volgorde van werken en het melden van bijzonderheden horen daarbij.
Bij vervuiling die afwijkt van de dagelijkse situatie moet een medewerker weten wie hij of zij kan inschakelen. De schoonmaker hoort niet ter plekke te hoeven bedenken welk infectiepreventie protocol geld.
Beercoo maakt dagelijks honderden zorgcentra schoon door het hele land
Ed van DIjk
Een protocol werkt pas als medewerkers ermee kunnen werken
Een protocol is pas effectief als medewerkers weten hoe ze ermee moeten werken. Dat vraagt om duidelijke instructies, een goede inwerking en kennis van de locatie. Medewerkers moeten weten welke handelingen nodig zijn en waarom het belangrijk is om de afgesproken werkwijze te volgen.
Een vaste aanpak helpt om zorgvuldig en consistent te werken. Denk aan het juiste gebruik van schoonmaakmaterialen, het voorkomen van kruisbesmetting en het volgen van de afgesproken volgorde. Ook moet duidelijk zijn wat medewerkers doen wanneer ze afwijkende vervuiling tegenkomen of wanneer instructies veranderen.
Opleiding en begeleiding helpen om deze afspraken in de dagelijkse praktijk toe te passen. Daarnaast is controle belangrijk. De SRI-richtlijn besteedt specifiek aandacht aan kwaliteitscontrole van het reinigings- en desinfectieproces. Daarmee gaat het niet alleen om het uitvoeren van de werkzaamheden, maar ook om de vraag of het resultaat aan de gestelde eisen voldoet.
Wat doe je als jouw zorgsituatie verandert?
Een zorglocatie staat niet stil. Een ruimte krijgt een andere functie, er is een uitbraak of de organisatie past haar beleid aan. Spreek daarom ook af wie nieuwe instructies doorgeeft en hoe het schoonmaakteam bevestigt dat iedereen ze heeft begrepen. Op die manier blijft de dagelijkse uitvoering aansluiten op het beleid van de locatie. Bij vragen over medische risico’s of bijzondere vervuiling moet het team terug kunnen vallen op de aangewezen deskundige van de zorgorganisatie, niet op eigen aannames. Voor een opdrachtgever zit de waarde in die verbinding tussen beleid en uitvoering. Je spreekt samen af wat er moet gebeuren, wie veranderingen doorgeeft en hoe je controleert of het werk volgens afspraak is gedaan. Zo wordt het protocol een bruikbaar onderdeel van de dagelijkse zorgomgeving.